Donderdag 28 maart 2024
De tijd lijkt maar langzaam voorbij te gaan. De huisarts vertelde de vorige keer aan mij dat ik twee weken moest wachten om te zien wat er met de bult in mijn borst zou gebeuren. Het zou iets kunnen zijn van de schop, wellicht nog iets hormonaals van de zwangerschap of het zou kunnen horen bij mijn nieuwe cyclus van de maand. Vandaag word ik wakker met een onrustig gevoel. ‘Ik wil helemaal niet wachten tot het weekend voorbij is’, zeg ik tegen Yor. ‘Dan bel je toch gewoon’ is zijn nuchtere, relaxte antwoord. Gelukkig mag ik vandaag terecht en zit ik twee uurtjes later bij de huisarts.
Ze vraagt of ik iets heb gemerkt aan mijn borst, maar geef aan dat het echt hetzelfde voelt als twee weken geleden en ik zeker weet dat dit niets met mijn cyclus/menstruatie te maken heeft. Ze vraagt of ik wil gaan liggen en voelt aan mijn borst. ‘Zo, dat is zeker niet kleiner geworden’, zegt ze direct. ‘Nu we twee weken verder zijn, ga ik je toch doorsturen naar het ziekenhuis voor een echo of mammografie’, legt ze uit. Ergens schrik ik, maar besef me dan dat dit is wat ik wilde. Ik moet weten wat dit is, ik moet weten dat dit geen borstkanker is, het blijft anders in mijn hoofd zitten. Direct op de terugweg naar huis bel ik het ziekenhuis om te vragen wanneer er plek is. Gelukkig kan ik morgen in de ochtend terecht.
Die avond slaap ik slecht. Het enige wat er door mijn hoofd spookt is: ‘Het mag geen borstkanker zijn, ik heb twee jonge kindjes’. Ook het internet trekt aan mij deze nacht en ik lees veel verhalen over borstkanker. Na een lange nacht, zonder veel slaap, wordt het uiteindelijk ochtend en wordt het tijd om naar het ziekenhuis te gaan.
—
Vrijdag 29 maart 2024
Mama komt oppassen zodat ik samen met Yordi naar het ziekenhuis kan gaan. Om 1030 uur word ik naar binnen geroepen door de verpleegkundige op de afdeling radiologie. Ze vraagt mij mijn bovenlichaam te ontbloten en of ik op de tafel kan komen liggen. Even later komt de radioloog binnen, een wat oudere man die gehaast overkomt. Hij vraagt mij de bult aan te wijzen en zet het echo apparaat erop. Het blijft stil. Vol verwachting kijk ik naar Yordi en naar de radioloog. ‘Mmm’, klinkt het. ‘Ik zie niets geks. Het enige wat ik kan zien zijn melkklieren’, benoemt hij hardop. Hij rolt het apparaatje door naar de andere kant van mijn borst en de oksel. De radioloog drukt op wat knoppen en vraagt of borstkanker voorkomt in mijn familie. ‘Ja’, zeg ik zacht. Dan stopt hij abrupt en zegt: ‘Ik zie echt niets geks, maar omdat het in je familie voorkomt wil ik toch even een mammografie laten maken’.
Samen met de verpleegkundige mag ik naar de kamer ernaast, waar een grote machine in de hoek staat te wachten op mijn borst. Ze legt uit wat er gaat gebeuren en maakt de foto’s. Ondanks alle horror verhalen van anderen, viel de pijn mij echt reuze mee.
‘Je mag je aankleden hoor mevrouw’ zegt de verpleegkundige en terwijl ik mijn bh aandoe, komt ze alweer onze kant oplopen en zegt: ‘Er is echt niks te zien op de mammografie’. ‘Niks?!’ Zeg ik iets botter dan ik bedoel. ‘Zou u de radioloog even willen halen voor mij?’ De radioloog wordt uit zijn kamer gehaald en ik vraag wat het dan wél is? ‘Hoe kan het dat ik zo een grote bult op mijn borst heb, maar er NIKS te zien is op de echo en mammografie?’ De radioloog legt uit dat het asymmetrisch melkkierweefsel is, maar ik me echt geen zorgen hoef te maken. Het is absoluut geen borstkanker, maar zal dus écht iets met de hormonen te maken hebben uit de zwangerschap oid. Hij geeft aan dat ik de huisarts moet bellen om te overleggen over mogelijke vervolgstappen in de toekomst.
Nog niet helemaal gerustgesteld, maar zeker wel opgelucht stappen we de gang op, geeft Yordi mij een knuffel en zeg ik huilend in zijn armen: ‘Ik was zo bang dat het borstkanker zou zijn. Wat ben ik blij dat dit het niet is.’
…

Geef een reactie op Yoëlly Reactie annuleren