Woensdag 29 mei 2024 – deel 2
Zonder gesnik, maar met grote tranen, luister ik naar de uitleg. De lieve radioloog legt stap voor stap uit wat er straks gaat gebeuren. Er wordt een punctie genomen van mijn lymfe met een dunne naald. Ook wordt er een biopt afgenomen van weefsel dat zwart aankleurt op de echo. ‘Ik ga straks met dit apparaat in jouw borst een hapje weefsel nemen. Je hoort dan een harde klik, kijk zo (hij klikt het apparaat in de lucht). Maar geen paniek hoor, het doet geen pijn want ik ga je nog wel even verdoven omdat het een wat dikkere naald is. Het geluid kan je wel even laten schrikken, maar ik vertel alles stap voor stap. Ben je er klaar voor?’ De radioloog en zijn assistent gaan secuur en snel te werk en proberen mij gerust te stellen. Elke stap die zij zetten, leggen ze uit en laten ze zien. Ook geven ze antwoord op de vraag die constant door mijn hoofd spookt en ik met een zachte stem vraag: ‘Kan het nog iets anders zijn dan borstkanker?’. Ik ben inmiddels gestopt met huilen en volg alles wat ze doen. ‘Ja, dit kan maar we weten echt pas wat het is, als de patholoog onderzoek heeft gedaan. Mocht dit wel borstkanker zijn, dan word je zo snel mogelijk besproken in het MDO met andere artsen voor een behandelplan. Neem dus wel iemand mee naar het gesprek dinsdag waar je alle uitslagen krijgt. Mocht het zo zijn dat het geen goed nieuws is, dan ben je samen. Samen hoor je tenslotte meer dan alleen en kun je meer vragen stellen.’
Ondanks dat ik goed luister, merkt de radioloog dat ik ‘er niet ben’ met mijn gedachten. Aan het eind van de onderzoeken, die echt geen pijn hebben gedaan herhaalt hij het nog één keer: ‘Dit weefsel wordt nu onderzocht door de patholoog omdat het er anders uitziet dan normaal. Er zit iets wat daar niet hoort. Alleen de patholoog kan bepalen wat voor cellen en weefsel dit zijn. Neem iemand mee naar het gesprek dinsdag en schrijf vooraf alle vragen op.’ Ik bedank de radioloog en assistent voor alle goede zorgen en loop naar buiten. Alleen. Verbaasd door wat er net is gebeurd.
Buiten bel ik mijn vriend op en barst in huilen uit. Hij is rustig aan de telefoon en geeft aan dat we nog niets zeker weten en probeert mij gerust te stellen. De rest van de dag ben ik neerslachtig. Ik maak mij zorgen. Want, naast de bult in mijn borst heb ik sinds een tijdje ook last van mijn ontlasting en voel ik geregeld een steek tussen mijn schouderbladen. Wat nou als we erachter komen dat ik helemaal vol zit? Ik wil nog niet dood. Dat kan niet. Dat mag niet.
—
Maandag 3 juni 2024
Na afgelopen woensdag is het vandaag tijd voor het volgende onderzoek: De MRI-scan van mijn borsten. Het hele weekend heb ik nagedacht, gegoogeled, met mensen gesproken en mijn zorgen gedeeld met mijn naasten. Omdat er weefsel was afgenomen en ik afgelopen vrijdag niet gebeld ben met een spoedtelefoontje ben ik eigenlijk vrij optimistisch voor vandaag. Want, als er borstkanker te zien zou zijn vóór het weekend, dan hadden ze me vrijdag toch wel gebeld?
‘Mam, hoe gaat een MRI in zijn werk?’ vraag ik als ik met mijn moeder in de auto naar het ziekenhuis zit. Mijn moeder legt uit dat je moet gaan liggen, oortjes en een koptelefoon in krijgt tegen het harde geluid en je een apparaat in wordt geschoven. Wanneer de scan start, maakt het hard geluid zoals een fax-apparaat van vroeger. Ook vertelt zij dat het best een tijdje duurt en ik vooral aan leuke dingen moet gaan denken.
Na aanmelding bij de afdeling radiologie word ik doorgestuurd naar het einde van het ziekenhuis. In een kleine wachtkamer neem ik plaats, om lang te moeten wachten. Want, geeft ze aan bij de balie. Er is een uur uitloop vandaag.
Wanneer ik eenmaal naar binnen word geroepen mag mijn moeder niet mee en word mij gevraagd om mijn schoenen uit te doen en mee te lopen. Ik krijg een speciaal infuus ingespoten via mijn arm, zodat ze mijn borsten en weefsel beter kunnen bekijken op de beelden. Ik doe de oortjes in en koptelefoon op en ga liggen. De scan valt me alles mee, doet geen pijn en is zo voorbij.
Nog één dag tot de uitslag. Ik ben zó zenuwachtig.
—
Dinsdag 4 juni 2024
Vannacht heb ik niet geslapen. Het lukte me gewoon niet. Ik ben zo ontzettend zenuwachtig voor alles wat er komen gaat. De specialisten waren sceptisch, zagen dingen die ze niet vertrouwde én hebben mij op het hart gedrukt vandaag niet alleen te komen maar iemand mee te nemen.
Samen met mijn vriend neem ik plaats in de wachtkamer van de afdeling chirurgie in het Groene Hart Ziekenhuis. Om mij heen zitten veel patienten voor de afdeling gipskamer en fysiotherapie. Het is een komen en gaan van mensen die iets gebroken hebben en lachend weer naar huis gaan. Ik voel me zó niet op zijn plek hier. Na gisteren loopt vandaag de dokter ook één uur uit. Eén uur waar mijn been niet stopt met bewegen, mijn lippen schraal zijn van het likken aan mijn lippen. De zenuwen slaan met de minuut toe en ik heb het gevoel dat mijn keel wordt dichtgeknepen.
‘Mevrouw van Rijn, u mag meelopen’ zegt de assistent na 60 minuten wachten. We worden neergezet in een klein kamertje van misschien 6m², met aan de rechterkant een onderzoekstafel en links een computer en 2 stoelen. Na ongeveer 10 minuten horen we voetstappen en komt de chirurg binnen, met een arts-assistent en nog iemand. De laatste persoon heeft een klein multo-mapje in haar hand en kijkt mij vol medeleven aan.
Ik weet het meteen. Ik heb borstkanker en zij is de verpleegkundig specialist. Dit mapje heeft mijn schoonmoeder namelijk ook gekregen, ik herken hem uit duizenden.
Stilte.
Mijn keel wordt nog steeds dichtgeknepen en ik knijp mijn vriend zijn hand fijn.
‘Vorige week heb je een onderzoek gehad bij de radioloog, waarbij hij een biopt en punctie heeft afgenomen. Helaas is uit deze onderzoeken gebleken dat dit weldegelijk kankercellen zijn. Je hebt borstkanker.’
Stilte
In mijn hoofd schreeuw ik, huil ik en ben ik zo boos.
Aan de buitenkant gebeurt er niks, behalve een blik opzij, naar mijn vriend.
De chirurg begint te vertellen dat het een tumor is van 5-7,5 cm groot is, hij hormoongevoelig is en er enkele uitzaaiingen in mijn lymfen te zien zijn. De chirurg praat en praat, terwijl ik mijzelf steeds kleiner voel worden. Ik kan niets zeggen, niets uitbrengen. Ik voel niets. Ik doe niets. Ik luister, maar ben niet hier.
De chirurg lijkt het niet te zien en legt uit dat ze waarschijnlijk starten met chemo, dan een operatie, dan bestralen en ten slotte hormoontherapie. ‘Waarom start je met chemo en niet met de operatie?’ vraag ik aan haar. ‘Wij starten altijd met chemo omdat we het effect van deze medicatie willen meten. Als we starten met opereren, dan kunnen we dit niet meer meten. Alles wat we doen, willen we kunnen controleren’ legt ze uit. Ik begrijp wat ze zegt, maar wil dit helemaal niet. Als ik denk dat de chirurg klaar is met haar verhaal begint ze over onze kinderwens. ‘Jullie hebben natuurlijk al twee kinderen, dus ik denk dat het niet geldt voor jullie, maar mochten jullie nog een kinderwens hebben dan betekent dit dat je zo snel mogelijk moet starten met een fertiliteitstraject. Als je wilt kan ik jullie gegevens doorgeven aan het LUMC zodat de arts contact met je op kan nemen?’ Nauwelijks bekomen van de schrik en vol angst in mijn lichaam zeg ik: ‘We hebben hier nog nooit over gesproken, onze jongste is namelijk pas 7 maanden oud. Maar, geef onze gegevens maar door zodat we goed geinformeerd een keuze kunnen maken.’
‘Ik vind het echt vervelend voor je. We plannen zo snel mogelijk de PET-scan in en dan zie ik je terug voor het definitieve behandelplan,’ klinkt het als de chirurg en haar arts-assistent opstaan en de kamer verlaten.
De deur gaat dicht en de verpleegkundig specialist, mijn vriend en ik blijven over.
En dan stort ik in.
…

Geef een reactie op Sandra van oosterhout Reactie annuleren