En dan stort ik in.
Ik voel zoveel boosheid, woede en verdriet naar boven komen. Ik huil en roep met zoveel wanhoop in mijn stem: ‘Hoe kan dit nou? Anderhalve maand geleden was er niks te zien! Hoe kan dit nou?! Hoe kan dit nou?!!!’ De verpleegkundig specialist kijkt ons vol medeleven aan. Mijn vriend pakt me beet en geeft me een warmte, liefdevolle knuffel. Ik snik in zijn armen en kan alleen maar zeggen: ‘Hoe kan dit nou? Hoe kan dit nou?’. Hij zegt niets.
De verpleegkundig specialist laat ons en geeft ons de ruimte om verdrietig te zijn. ‘Ik snap dat jullie inmens verdrietig zijn en veel vragen hebben over wat dit betekent en wat er gaat gebeuren. Sowieso gaan we dit hele gesprek nog opnieuw doen. Dus het is niet erg als je dingen vergeet.’ Ik kan niet stoppen met huilen terwijl mijn vriend stil naar haar zit te kijken. ‘Voor mij is het ook een groot raadsel waarom er anderhalve maand geleden niets is gezien, maar nu dit uit de onderzoeken komt. Ik ga hier nog achteraan, want ik vind dat jullie hier antwoord op verdienen.’ ‘Oke’, zeg ik verdrietig. Ze legt nog het één en ander uit over de komende periode en gaat dan verder.
‘Ik merk dat je overstuur bent, wat logisch is. Maar zo kan ik je niet de nacht in laten gaan. Zou je iets willen hebben om rustig te worden?’ vraagt zij aan mij. ‘Ik voel alleen maar verdriet en merk dat ik instort. ‘Ja, graag’, antwoord ik. Oxazepam wordt uitgeschreven en ligt straks klaar bij de apotheek. Ze rond het gesprek af en vertelt dat ik altijd mag bellen bij vragen. Ook geeft ze aan dat ze mij morgen nog even belt, om in te checken. Verdrietig en vol tranen loop ik naar buiten. Het maakt me niets uit dat er veel andere mensen in het ziekenhuis zijn en mij kunnen zien huilen. Ik ben gebroken.
Buiten het ziekenhuis bel ik in onze familieapp mijn familie en roep schreeuwend, huilend: ‘Hoe kan dit nou?! Ik heb borstkanker, een fucking tumor van bijna 7.5cm groot in mijn borst.’. Huilend kijk ik ze aan, waarop mijn vriend vraagt of ze naar ons huis willen komen. Dankbaar kijk ik hem aan, ik kon dit zelf niet eens bedenken. Mijn hoofd is gevuld met tranen, verdriet en wanhoop.
In de auto ben ik zo ontzettend boos en schreeuw opnieuw ‘Hoe kan dit nou?!’ en sla met mijn hand tegen het dashboard en zet dan mijn handen tegen mijn ogen aan. ‘Hoe kunnen ze een tumor van 7.5 cm niet gezien hebben? Wat zijn dit voor artsen?’
Eenmaal thuis aangekomen, komen ook mijn ouders en zusje snel aan. Mijn zoontjes zijn gelukkig op het kinderdagverblijf en maken zo niets mee van het ellendige moment. Als ik mijn ouders zie, val ik snikkend in hun armen. Ze troosten mij, maar laten zelf ook hun emotie zien. Mijn vader heb ik nog nooit zo gezien. Hij zit ineengedoken op een stoel, met zijn hoofd in zijn handen en huilt snikkend. Mijn moeder is wat rustiger en denkt heel praktisch na. ‘Wie gaat zo de medicijnen ophalen bij de apotheek en haalt de jongens van het kinderdagverblijf op? Wat gaan zij eten? Wat eten jullie?’. Ik kijk mijn moeder dankbaar aan, want sinds ik het nieuws heb gekregen ben ik met mijn gedachten op een andere wereld, een angstige, wanhopige wereld waar ik nog nooit ben geweest. Ik knuffel met mijn zusje, die ook niet kan stoppen met huilen en snikken. Ze is boos, angstig en zegt eigenlijk alleen maar hetzelfde als ik: ‘Hoe kan dit nou? Dit mag niet!’.
Als de jongens hebben gegeten, gaat iedereen naar huis. Niet omdat ze dit willen, maar omdat het goed is om ook even samen te zijn. We liggen op de bank en zeggen niets. Ik lig tegen hem aan en kriebelt mij, hij probeert me te troosten met zijn fysieke aanwezigheid. Na een tijdje merk ik dat ik iets rustiger word en ik hét thema van vandaag moet aansnijden. ‘Hoe denk jij over het invriezen van eitjes?’ vraag ik hem? ‘Mm, ik weet het niet… We hebben natuurlijk al twee mooie, gezonde jongens waar we echt blij mee zijn en hadden niet persé de wens voor drie kindjes’ geeft hij antwoord. ‘Dat is zo, maar als we het niet doen, is het echt definitief. Dan kan ík nooit meer kinderen krijgen, dat vind ik wel een grote beslissing voor nu.’ ‘Dat snap ik, dat is ook definitief. Maar als jou dat rust geeft, zal ik dan voor een sterilisatie gaan? Dan kunnen we allebei nooit meer kinderen krijgen?’ Ondanks dat dit een beladen gesprek is, vind ik dit een lief aanbod. Want ja, ergens voel ik natuurlijk dat ik het oneerlijk (en totaal niet leuk) vind dat ík nooit meer kinderen zou kunnen krijgen, maar hij (en daar gaan we niet vanuit) dit wel met iemand anders zou kunnen. Hoe gek is het dat verdriet en angst je dit laat voelen, ik vind het moeilijk te begrijpen. Want, waar maak ik me eigenlijk druk over? Samen komen we tot de conclusie dat buiten deze argumenten het allerbelangrijkste is dat we snel willen starten met chemo én dat deze tumor hormoongevoelig is, dus extra hormonen inspuiten geen goede combinatie is.
Ook ga ik ondanks mijn verdriet, starten met bellen naar vrienden. Mijn innercircle moet mijn diagnose weten, ik wil dit niet alleen met mijn gezin delen, ik heb ze nodig. De gesprekken aan de telefoon zijn hartverscheurend, mijn vriendinnen, werkgever en familie storten stuk voor stuk in. Het verdriet wat ik vandaag heb gevoeld, voel ik bij hen ook. De gesprekken zijn zwaar, maar ik voel de liefde en kwetsbaarheid. Ik vind het zo fijn om dit met hen te kunnen delen.
Die avond neem ik in bed mijn eerste Oxazepam in en merk dat ik vanuit mijn tenen een rustig gevoel krijg. Mijn vriend kriebelt mijn rug en extreem rustig val ik in een diepe slaap.
—
Woensdag 5 juni 2024
Op het moment dat ik mijn ogen open en mijn jongens hoor kletsen en kirren, wordt mijn nachtmerrie van die nacht weer werkelijkheid. Ik ben verdrietig, wanhopig, leeg en onzeker. Wat nou als er nog uitzaaiingen zijn? Wat zou als het allemaal nog slechter wordt dan dit? Ik ben bang. Zo bang. Ik mag niet dood. Ik kan niet dood. Want als dat gebeurt, dan kunnen Revi en Jimi mij niet herinneren. Dat kan toch niet? Dat mag toch niet? Mijn gedachten druk ik aan de kant, want ik wil hier niet over nadenken. Nu niet. Nooit.
Om 0830 uur word ik gebeld dat ik morgen naar de PET-scan kan, om te onderzoeken of er uitzaaiingen zijn. Vrijdag om 1030 uur krijg ik hier de uitslag van.
In de ochtend is het een komen en gaan van bezoek. Zo staat mijn werkgever op de stoep met een prachtige bos bloemen, staat mijn vriendin Jennifer met haar kleintje op de stoep om te knuffelen en komt de huisarts onaangekondigd op huisbezoek. Ook hij zit stil tegenover ons, zegt niets, kijkt me alleen doordringend aan. ‘Sorry, ik vind dit echt zo vervelend voor je. Wat kan ik doen om de pijn te doen verzachten? Ik wil oprecht mijn excuses aanbieden dat dit hele traject zo lang heeft moeten duren’, geeft hij aan. Het is nog geen 24 uur later dan dat ik de diagnose heb gekregen maar sta hem vriendelijk maar duidelijk te woord. ‘Ik weet niet wat je voor ons kunt doen op dit moment, voor nu is het afwachten of er geen uitzaaiingen zijn. Want dat is natuurlijk het allerbelangrijkste’ zeg ik met weinig emotie in mijn stem. ‘Ik denk dat er in dit proces meerdere fouten zijn gemaakt’, gaat hij verder. ‘Dit had echt niet zo mogen gebeuren’. Ik weet niet wat ik voel, ik weet niet wat ik hiervan vind. Ben ik boos op de huisarts of radioloog? Moet ik dit zijn? Ik voel het niet. Ik voel niets. Het enige wat ik voel is intens verdriet, verdriet dat ik nog nooit gekend en gevoeld heb.
In de middag belt de arts van het LUMC over het fertiliteitstraject. ‘We hebben er goed over gesproken, maar hebben besloten om dit niet te doen zodat er snel gestart kan worden met de chemo’ geef ik daadkrachtig aan. ‘Ik begrijp het goed en wens je heel veel sterkte’ laat de arts weten.
Met een zucht hang ik op. Geen eitjes invriezen. Nooit meer opnieuw moeder worden. Nooit meer zwanger worden. Ik adem rustig in en rustig uit. Het verdriet overvalt me en ik laat de tranen stromen.
Die avond leg ik de jongens in bed en wieg de jongste nog even in zijn kamer. De tranen biggelen naar beneden. Ik voel verdriet, angst, enorm veel stress, boosheid en nog veel meer. Ik besluit morgen sterker op te staan voor mijn oudste zoon Revi, hij krijgt zoveel mee van de afgelopen dagen. Arme jongen.
Later val ik weer in slaap met een Oxazepam, terwijl mijn vriend mij kriebelt op mijn rug. Wederom val ik rustig, vredig en heerlijk in slaap. Weg van de werkelijkheid, schuilend in mijn dromen, waar alles nog goed en fijn is.

Geef een reactie op Zainab Reactie annuleren